De god en godin

Het geloof in goden en godinnen is enorm oud. Misschien wel zo oud als de mens zelf. Toen we nog als jagers en verzamelaars leefden, waren er veel onverklaarbare natuurverschijn-selen waar de mensen ontzag en ook angst voor hadden. Stel jezelf maar eens voor dat alle moderne zaken als huizen, steden en lampen niet bestaan en je met je familie middenin de natuur woont. Hoe indrukwekkend moet het toen zijn geweest als er ’s nachts opeens een dondersbui losbarstte? Met oorverdovende klappen en heldere bliksemschichten. En hoe belangrijk zou vuur wel niet zijn geweest om warm te blijven, eten te bereiden en gevaarlijke roofdieren op afstand te houden? Aan dergelijke natuurkrachten kende de mens geesten of goden toe, om hen een begrijpelijke (menselijke) vorm te geven. Men geloofde dat niet alleen mensen of dieren een ziel hadden, maar dat ook stenen, planten en natuurkrachten bezield waren. Dit wordt ook wel animisme genoemd.
Vanuit deze gedachte over bezieling ontstond het geloof in goden en godinnen. Hoewel het natuurlijk niet precies te herleiden valt, gaat men er vanuit dat de jagers en verzamelaars in elk geval een jachtgod en een moedergodin kenden. De jacht was enorm belangrijk voor het voortbestaan van de stam en tijdens rituelen probeerde de mens om deze zo goed mogelijk te laten verlopen. Er zijn grotschilderingen van rituelen waarbij mannen een geweimasker dragen en zo de god van de jacht spelen teruggevonden en ook allerlei beeldjes van klei waarbij bizons met minisperen werden doorboord. De moedergodin waakte over vrouwen en kinderen en zorgde voor vruchtbaarheid. Er zijn talloze vrouwenbeeldjes teruggevonden, gemaakt van klei of uit hout gesneden, met overdreven vrouwelijke vormen zoals grote borsten en dikke buiken. Deze voluptueuze, zwangere vrouwenbeeldjes staan bekend als Venusbeeldjes.

Toen de mensen zich steeds meer op één plaats gingen settelen en landbouw de belangrijkste vorm van voedselvoorziening werd, kreeg de godin een nog belangrijkere rol. Niet alleen waakte ze over de vruchtbaarheid van de mensen, maar ook over het vee en de gewassen op de akkers. De seizoenen werden gekoppeld aan het samenspel van de god en godin, die we nu in de jaarfeesten nog steeds herkennen. Beiden waren belangrijk voor het voortbestaan van de vruchtbaarheid en dus het overleven van de samenleving.

Als we een sprong in de tijd maken naar zo’n 3000 jaar geleden heeft de mens zich over grote delen van de wereld verspreid en kennen verschillende gebieden hun eigen pantheon aan goden. Een pantheon is het geheel aan goden binnen een bepaalde religie. Zo bestaat er een Egyptisch pantheon met goden als Ra, Horus, Isis en Seth, een Noors pantheon met Odin, Thor, Loki en Freya, en de Grieken kenden goden als Zeus, Poseidon, Hera en Aphrodite. Over die goden en godinnen werden verhalen (mythen) verteld die zo allerlei natuurverschijnselen verklaarden, maar mensen ook houvast gaven over hoe ze dienden te leven. Goden kenden heel menselijke emoties zoals liefde, jaloezie, woede of verdriet en de dingen die zij meemaakten vormden een leidraad dingen die men in hun leven ook tegenkwam. Het bijzondere is dat hoewel elk gebied of volk z’n eigen pantheon kende, veel van de goden en godinnen vergelijkbaar zijn en ook veel van de mythen komen overeen. Eigenlijk is dat niet raar als je beseft dat veel van deze pantheons ontstonden uit gezamenlijke ‘oergoden’ en dat ze vergelijkbare natuurverschijnselen verklaarden. De goden en godinnen namen een belangrijke rol in het leven van de mensen in. Men diende de goden tevreden te stellen met tempels en offers om zo te zorgen dat zij je gunstig gestemd waren. Plagen, natuurrampen of oorlogen zouden allemaal onder invloed van de goden ontstaan.

De grootste religies die vandaag de dag aangehangen worden, kennen geen pantheon meer. Ze heten niet voor niks monotheïstische geloven: zowel het jodendom, christendom als de islam kennen slechts één (mannelijke) god. Waar deze monotheïstische religies eerst eeuwenlang naast het geloof in de ‘heidense’ goden hebben bestaan, hebben ze hen nu volledig verdrongen. We herkennen de oude goden en godinnen alleen nog in de vele heiligen die bijvoorbeeld het christendom kent. En zelfs die beginnen hun belang binnen onze samenleving te verliezen. In de tijd van mijn opa en oma bepaalde het geloof nog veel aspecten van hun leven en mijn oma kende allerlei heiligen die ze regelmatig aanriep. Ik hoor haar zo nog “Heilige Antonius beste vrind, zorg dat ik …. terugvind” zeggen. Maar wie kent tegenwoordig de heilige Antonius, Franciscus of Bernarda nog?

Ik kan me voorstellen dat je jezelf afvraagt welk nut het idee van een god en godin vandaag de dag nog heeft. Het geloof in god(en en godinnen) heeft decennia lang een grote rol gespeeld in onze levens, maar tegenwoordig is dat steeds minder zo. Sinds de Verlichting en alle wetenschappelijke ontdekkingen die daarop volgden, lijken we god niet meer nodig te hebben. Natuurverschijnselen hoeven niet langer door goden verklaard te worden en wanneer er iets misgaat, zoeken we naar een logische verklaring in plaats van dat we tot god bidden. Toch spelen de god en godin binnen hekserij nog steeds een belangrijke rol. Binnen sommige varianten hanteren heksen het idee van de Gehoornde God en de Moedergodin, naar de oudste vormen van de god en godin. Anderen geven binnen hun vorm van hekserij ruimte aan talloze goden en godinnen uit allerlei culturen of ze kiezen heel bewust voor het Keltische, Egyptische of Griekse pantheon.

Ikzelf zie de god en godin als vertegenwoordigers van de dualiteit waarin we leven. Net als de elementen elk voor een bepaalde ‘groep energie’ staan (zo is lucht verbonden met het oosten, met de lente en de wind), zo staan de god en godin ook elk voor een bepaalde groep eigenschappen en natuurverschijnselen. En net als het makkelijker is om het element lucht aan te roepen wanneer je de energiegroep bedoelt die te maken heeft met oosten, lente, nieuwe beginnen, etc, is het gemakkelijker om de god en godin aan te roepen wanneer je dat totaal aan dualiteiten wil aanroepen.

Dualiteiten kom je overal om je heen (en ook in jezelf) tegen. Het zijn de tegenstellingen die niet zonder elkaar kunnen: mannelijk en vrouwelijk, hoog en laag, warm en koud, zomer en winter, dag en nacht. De god vertegenwoordigt de mannelijke energie en de godin de vrouwelijke. Je zou kunnen zeggen dat zij samen de levensdans dansen en dat hun samenspel zorgt voor balans. Dat zien we ook terug in de seizoenen: hun samengaan kun je zien als de seizoenendans. Ze zijn als yin en yang: geheel anders, maar toch gaan ze in elkaar over en zit er vaak wat yin in het yang en andersom. Zo heb je het toppunt van de dag (12 uur ’s middags) en het toppunt van de nacht (12 uur ’s nachts), maar daar tussenin gaan ze langzaam in elkaar over. Net als je zwart en wit hebt, met daar tussenin een hele wereld aan grijstinten.

De god en godin krijgen een plaats op het altaar en worden aangeroepen tijdens rituelen, omdat ze dus die dualiteiten vertegenwoordigen. Daarnaast kun je ook met een specifieke god of godin werken tijdens een ritueel. Zo kun je de moedergodin Isis aanroepen wanneer je een ritueel voor je kinderwens wilt doen, Hermes als je op reis gaat, Aphrodite om je relatie nieuw leven in te blazen of Pallas Athene wanneer je aan een examen moet afleggen. Elke god(in) vertegenwoordigt bepaalde eigenschappen en door hen aan te roepen, geef je als het ware een gezicht aan die energie. Het is een stuk lastiger om alle eigenschappen of energieën aan te roepen die samenhangen met relaties, dan dat in de vorm van Aphrodite te doen. Zij belichaamt al die eigenschappen als het ware. Maar het gaat verder dan alleen dat. Door de oude goden en godinnen aan te roepen, verbind je je met de duizenden mensen die dat voor jou deden. De mensen die tempels bouwden in haar naam en talloze offers brachten. Dat vind ik het mooie van nog steeds werken met die eeuwenoude goden en godinnen. Zij zijn verbonden met onszelf en onze voorouders. De oude Griekse mythen over goden en godinnen zijn nog steeds even relevant als tweeduizend jaar geleden, omdat ze over de mensheid gaan. Over angsten en dromen, over strijd en liefde. Al die aspecten van het leven zijn in wezen hetzelfde gebleven.

Het mooie van hekserij vind ik dat je de goden en godinnen uit alle religies kunt integreren, omdat we de diepere laag zien. Decennia lang heeft de mens gevochten om te laten zien dat zijn God de enige echte God was. Terwijl het in wezen altijd om dezelfde energie ging. Het maakt niet uit of je Aphrodite, Ishtar, Venus of Freya aanroept tijdens je liefdesritueel: zij belichamen dezelfde energie van liefde, lust, hartstocht en schoonheid. De god(in) heeft vele gezichten, wordt weleens gezegd. Net als je de god(in) zelf belichaamt, met al zijn/haar eigenschappen.