Lughnasadh visualisatie

De onderstaande visualisatie laat je kennismaken met de vruchtbaarheidsgodin Demeter en kan je helpen meer met aandacht te leven. Onderaan deze tekst vind je de ingesproken visualisatie.
“Ga ontspannen zitten en haal een paar keer wat dieper adem. Voel hoe je met elke uitademing meer en meer loslaat. Alle gedachten en gevoelens die je nu niet nodig hebt, blaas je via je ademhaling naar buiten. Stel je dan voor dat je tussen akkerlanden staat. Om je heen groeien velden vol granen: tarwe, rogge, spelt. De halmen wuiven zachtjes heen en weer in de wind en boven je schijnt de gloeiende zon. Je hebt een rieten hoed op, die je tegen de sterkste zonnestralen beschermt. Je besluit het veld voor je in te lopen, met je handen ga je langs de halmen. De halmen zijn zo hoog, dat je na een paar passen alleen nog maar graan ziet. Je zet nog een paar passen en ziet dan dat er een smal pad is, tussen alle goudgele halmen door. Misschien is er al iemand je voorgegaan? Je besluit het pad te volgen. Het loopt in steeds kleiner wordende spiralen naar het midden van het veld. Wanneer je bij het midden bent aangekomen zie je een kleine open plek, waar een vrouw in een geel gewaad op de grond zit. Voor haar ligt een grote mand met talloze vruchten en groenten. Ze glimlacht naar je en wenkt dat je dichterbij mag komen. Je gaat tegenover haar zitten. “Ik ben Demeter”, zegt de vrouw, “de godin van de vruchtbaarheid. Door mijn kracht groeit en bloeit alles op aarde, ontstaat er nieuw leven en kun je in leven blijven.” Ze wacht even tot je instemmend knikt. “Maar ik ben ook de godin van de dood, van het verval en het afsterven. Na een periode van oogst, volgt een periode van rust. Zo ontstaan de seizoenen, de eeuwigdurende cyclus van geboorte en groei, van verval en dood.” Ze wacht weer even om te zien of haar woorden bij je binnenkomen.

Dan gaat ze verder: “Vandaag heb ik je uitgenodigd om te genieten van mijn gaven. Kijk maar in de mand en haal eruit waar je zin in hebt. Alles is vers, gevoed door de kracht van moeder aarde en gerijpt door de kracht van de zonnegod.” Je kijkt in de mand en neemt er iets uit. Demeter knikt je bemoedigend toe. Je sluit je ogen, ruikt even en neemt dan een hap. Proef de frisheid, de zoetheid, de levenskracht die in deze vrucht zit. Je kauwt er behoedzaam op en slikt de hap dan door. Het stuk vrucht valt in je maag uiteen in pure, vitale levenskracht en wordt via je darmen razendsnel opgenomen. De levenskracht verspreid zich door je hele lijf, van je ingewanden verder naar buiten. Naar je benen en voeten, je armen en handen. Naar je nek en je hoofd. Alles wordt gevoed. Je ervaart hoe het is om de levenskracht van deze vrucht te laten vermengen met jouw persoonlijke levenskracht. Hoe het je versterkt en verstevigd.

Plotseling overvalt je een diep gevoel van dankbaarheid. Je opent je ogen en Demeter glimlacht naar je. Ze straalt een helder wit licht uit, alsof zij zelf onderdeel is van de zon. “Als je met aandacht leeft zoals je net met aandacht een hap nam, kun je dit gevoel altijd voelen. Dan voel je je niet alleen verbonden met je voedsel, maar met de hele aarde. Met alle bomen, alle planten, alle dieren en alle andere mensen. Leef je leven met aandacht en ervaar wat er gebeurt!” Demeter straalt nog feller en verdwijnt dan in het licht van de zon. Je blijft alleen achter in het veld.

Je kijkt om je heen en haalt een paar keer diep adem. Hoe is het om met aandacht te leven? Doe je dat? Wanneer wel en wanneer niet? Je staat op en bedenkt dat je op deze bijzondere plek een offer wil achterlaten. Misschien heb je iets bij je wat je wilt offeren, anders kun je ook een haar van jezelf achterlaten. Een stukje levenskracht dat je terugoffert, voor al wat je hebt ontvangen. Dan loop je het spiraalvormige pad weer naar buiten, de laatste paar passen door de dichte halmen door. Wanneer je weer voor het veld staat, sluit je je ogen en haal je nog een paar keer wat dieper adem. Je wordt je weer bewust van je lichaam en de ruimte om je heen. Je komt helemaal terug in het hier en nu. Wanneer je eraan toe bent open je je ogen.”