Gember

Gemberwortel is een veelgebruikt specerij in de Aziatische keuken. Het heeft een typische, scherpe smaak. Gember kun je het hele jaar door gebruiken bij allerlei spijsverteringsklachten. Het helpt tegen (zwangerschaps)misselijkheid, reisziekte, bij een slechte stoelgang, darmkrampen en stimuleert de enzymenproductie in de alvleesklier. Verse gember werkt hierbij het beste en kun je verwerken in je eten of je kunt er thee van trekken.
Door de verwarmende eigenschappen is gember ook een prima winterspecerij. In de vorige heksenkrant gebruikte ik het al in de antihoestthee. Gember heeft antibacteriële en antivirale eigenschappen, die ervoor zorgen dat je een betere weerstand hebt en sneller van griep of verkoudheid afkomt.

Heb je last van wintertenen/vingers, waarbij de kleine bloedvaatjes door de kou vernauwen en kunnen zorgen voor opgezwollen en jeukende plekken, dan kan gember verlichting bieden. Je kunt gemberthee drinken, maar ook zacht masseren met zelfgemaakte gemberolie kan verlichting brengen. Raps hiervoor een stuk verse gember en doe dit in een schoon bakje. Giet er olie overheen. Je kunt hiervoor massageolie, zoals abrikozenpitolie, gebruiken maar gewone zonnebloemolie werkt ook. Laat het een tijdje trekken. Ik gebruik de olie dezelfde week, maar wil je hem langer houdbaar maken dan kun je de olie zeven en in een brandschoon flesje gieten.

Wanneer je last hebt van galstenen, dan kun je gember beter niet innemen. De gemberolie kun je natuurlijk wel uitwendig gebruiken.