Blog

Gastcolumn - Waarom ik tijd besteed aan het leren kennen van mijn eigen omgeving

Gastcolumn - Waarom ik tijd besteed aan het leren kennen van mijn eigen omgeving

Door Florieke Koers
Ik maak dagelijks een wandeling door de omgeving rondom mijn huis. Ik woon in een landelijk gebied vlakbij de Maas en daar is het heerlijk dwalen.

Ik vertoef graag in mijn ‘eigen’ landschap. Tijdens elke wandeling probeer ik mijn eigen omgeving, het land waarop ik leef, beter te leren kennen. Ik zie, hoor, ruik, voel, neem alles in me op. En ik lees en schrijf erover. Zo heb ik in de loop der tijd ontdekt dat het landschap geen dag, geen wandeling hetzelfde is. Al loop ik 10 keer hetzelfde rondje. En ik heb al veel geleerd over mijn streek, de natuur die daar te vinden is en hoe de seizoenen elkaar opvolgen.

Vorige week ontdekte ik bijvoorbeeld tijdens een van mijn wandelingen dat de elzen in bloei staan. De els wordt van oudsher gezien als een brenger van de lente, net als de hazelaar en het sneeuwklokje. Alle drie zijn het vroege bloeiers. Ze schijnen zelfs extra vroeg te zijn dit jaar las ik in de krant, waarschijnlijk veroorzaakt door de zachte winter.

De els symboliseert dood en wedergeboorte: de natuur komt na de donkere winterperiode tijdens de prille lente weer tot leven. Tegelijkertijd kan het in deze periode toch erg koud zijn, is er weinig voedsel en sterven sommige verzwakte dieren alsnog. Bij de Kelten uit Wales was de els gewijd aan de god Bran, die onder meer bezitter was van de ketel van wedergeboorte. Deze symboliek zie je terug in de katjes van de els: naast de jonge nieuwe katjes, hangen er aan de elzentakken ook nog katjes van eerdere jaren.

Vroeger vond ik er niets aan om telkens dezelfde rondjes lopen, maar nu denk ik daar anders over. Het zaadje daarvoor werd 15 jaar geleden al gezaaid, toen ik het boek ‘De magische kracht van de natuur’ van Marian Green las. Zij vertelt dat mensen vroeger in een vrij klein gebied leefden en al hun kennis en ervaring uit één plek haalden. “Ze kenden elke boom en elk plekje waar planten groeiden”, schrijft ze, “ze kenden elke plaats in de wijde omtrek waar klei of turf of een andere nuttige stof te vinden was. Tegenwoordig komt onze kennis van over de hele wereld, in gedrukte of elektronische vorm, maar dat is geen vervanging voor het leren kennen van je leefomgeving, de geschiedenis ervan, de producten, de mensen en de planten.”

Ze pleit voor het kiezen van een ‘persoonlijke plek’ die je helemaal leert kennen en liefhebben, of dat nu je tuin, je straat, je wijk, een heel dorp of stad is. Ze vindt dat essentieel wil je écht verbinding maken met de wijsheid van moeder aarde. Ik heb me sindsdien vaak voorgenomen dat te gaan doen, maar het kwam er nooit van. Je kunt je eigen omgeving alleen maar écht leren kennen en er een band mee krijgen door er tijd door te brengen, écht te zien wat er gebeurt en dat ook in je op te nemen. En die tijd nam ik niet.

Tot ik 2 jaar geleden ging verhuizen. Ik kwam in een nieuwe omgeving terecht en dat motiveerde me het idee dat ik al zolang had, nu eindelijk eens uit te voeren. Ik trok van het centrum van de stad naar een dorp net buiten de stad en verruilde een vrij stedelijke omgeving voor een landelijke. Ik besloot met de verhuizing écht tijd te maken om te ontdekken wat er op mijn ‘persoonlijke plek’ allemaal gebeurde.

Wandelen bleek de beste manier, samen met het opschrijven van mijn ervaringen en het zoeken van achtergrondinformatie over de dingen ik tegenkwam. Zo ontdekte ik hoeveel vogels er eigenlijk in mijn omgeving zijn, dat ze allemaal hun vaste plekken hebben op bepaalde momenten in het jaar. Ik kan precies aanwijzen waar welke bomen en struiken staan. En ik zie dat planten allemaal op hun eigen tijd opkomen en weer verdwijnen.

Toen van de zomer het waterpeil van de Maas heel laag stond, ontdekte ik op de strandjes allerlei schelpen en stenen. Zo leerde ik dat er riviermossels bestaan en dat onze rivieren vol zitten met miljoenen jaren oude stenen vol kwarts die uit België en Noord-Frankrijk komen. En door de zachte winter bleven de bessen van de meidoorn maar aan de takken zitten. Wat bleek? Die bessen hebben vorst nodig om minder zuur te worden en aangezien het maar niet vroor, lieten de vogels ze mooi zitten.

Elke dag, elke wandeling leer ik weer bij. En ik besef me eens te meer: de wijsheid van de natuur vind je gewoon hier, waar je woont en leeft, op dit moment met wat er nu is. Linda Wormhoudt schrijft hier in het boek ‘Aardevrouwen spreken’ ook over en ik kan het niet beter verwoorden dan zij: “Het lijkt alsof mensen in het Westen blijven vasthouden aan geloofsstructuren uit verre landen uit angst om te kijken naar zichzelf, de eigen voorouders, de eigen grond. Wij hebben geen spirituele bodem, zeggen westerlingen. Maar die bodem hebben wij wel, want die ligt besloten in het land zelf.”

Related Articles